Terug
 

Het dagboek van Veerle

Het dagboek van Veerle

 
 
In deze oefening leer je:
  • zoeken naar een oorzaak met gevolg,
  • het verschil tussen een feit en een mening,
  • herkennen in welke volgorde iets gebeurt.


Wat ga je doen?
Je gaat enkele gebeurtenissen lezen die Veerle heeft meegemaakt op haar eerste schoolkamp. Deze gebeurtenissen heeft ze opgeschreven in haar dagboek. Dat dagboek neemt Veerle overal mee naartoe, zodat zoveel mogelijk herinneringen bewaard blijven.

 

Oorzaak met gevolg
Er gebeurt iets, dat noem je de oorzaak. Wat er daarna gebeurt, heet het gevolg. Zonder oorzaak is er geen gevolg. Let goed op de signaalwoorden waardoor, daardoor, hierdoor, doordat, zodat, omdat, vanwege en hoe komt het dat ... Die kondigen aan dat er een oorzaak met gevolg is. Deze signaalwoorden hoeven er niet altijd bij te staan! Lees het voorbeeld maar eens:
 

Juul heeft de hele nacht griezelverhalen verteld. Daardoor kon Veerle niet slapen.
 

Oorzaak: Juul heeft de hele nacht griezelverhalen verteld.

Gevolg: Daardoor kon Veerle niet slapen.

 

Feit en mening

Iets wat zeker waar is, noem je een feit. Als iemand ergens iets van vindt, noem je dat een mening. Meningen kunnen van elkaar verschillen.

 

Veerle: 'De eerste dag van mijn eerste schoolkamp zit erop! Ik vond het echt fantastisch!'

 

Feit: De eerste dag van mijn eerste schoolkamp zit erop!

Mening: Ik vond het echt fantastisch!'

 

Leesvraag

Wat was de belangrijkste gebeurtenis tijdens het schoolkamp van Veerle?

 

 

 

Begrijpend lezen, Dagboek van Veerle