Terug
 

De Romeinse grens

De Romeinse grens

 
 
In deze oefening leer je:
  • het plaatje en de tekst met elkaar vergelijken,
  • plaatsen en tijdstippen met elkaar vergelijken,
  • de belangrijkste zin van een alinea herkennen,
  • de belangrijkste woorden herkennen: de sleutelwoorden.


Wat ga je doen?
Voordat je gaat lezen, let je eerst goed op de titel, de plaatjes, de tussenkopjes en op opvallende woorden of getallen. Lees ook van iedere alinea de eerste en de laatste zin. Waar denk je dat de tekst over gaat? Misschien weet je al iets over het onderwerp.

Je gaat een tekst lezen over de Romeinse grens. Heb je de tekst gelezen? Bedenk dan goed wat je precies gelezen hebt.

Probeer de tekst kort na te vertellen. Dit lukt goed met behulp van de sleutelwoorden. Dit zijn belangrijke woorden uit de tekst die je helpen om de tekst na te kunnen vertellen. De hoofdgedachte vertelt in het kort waar de tekst over gaat.

 

Leesvraag

Welk gebied in Nederland hadden de Romeinen veroverd?